Adviesbureau Woningwaardering

Gevolgen

Het meewegen van de WOZ-waarde binnen het Woningwaarderingsstelsel leidt voor woningen buiten de grote steden gemiddeld genomen tot een daling van de maximaal redelijke huurprijs.

Gedwongen afprijzen

Een voorbeeld wordt gevormd door een corporatie met zo’n 20.000 woningen in het oosten van ons land. Deze concrete corporatie wordt door de wetswijziging geconfronteerd met een daling van zo’n 1 tot 1,5% van haar totale maximaal redelijke huur. Bij individuele woningen zijn de effecten groter: voor een deel van het bezit van deze specifieke corporatie daalt de woningwaardering met meer dan 20 punten per object en de maximaal redelijke huur met ruim 25%. Dit heeft gevolgen voor haar investeringsmogelijkheden, beperkt haar mogelijkheden tot het voeren van een afgewogen vastgoedstrategie en toewijzingsbeleid, verhoogt de onrendabele top bij geplande nieuwbouw- en herstructureringprojecten, beperkt haar mogelijkheden tot het doorvoeren van de jaarlijkse huurverhoging en maakt zelfs dat de huidige netto huren voor bestaande huurcontracten afgeprijsd moeten worden.

Ondervangen

Adviesbureau Woningwaardering kan met een minimale investering in tijd de exacte gevolgen van het nieuwe WWS voor uw bezit inzichtelijk maken. Wij zijn daarnaast gespecialiseerd in het aantonen van extra woningwaarderingspunten. Deze extra punten maken dat een eventuele daling van uw maximaal redelijke huur deels wordt ondervangen, of zelfs wordt omgezet in een netto stijging. Het inschakelen van Adviesbureau Woningwaardering is daarmee een potent middel om de invloed van de WOZ op uw maximaal redelijke huren te beperken.

DAEB en niet-DAEB

Een ander aandachtspunt binnen de nieuwe woningwet is de verplichte splitsing van corporaties in een DAEB en een niet-DAEB deel. Onafhankelijk van de wijze van scheiding (administratief of juridisch) zullen veel corporaties er voor kiezen om een deel van hun geliberaliseerde bezit onder te brengen in de niet-DAEB tak, om de financiĆ«le uitgangspositie hiervan te borgen. De maatstaf aan de hand waarvan wordt bepaald of een woning al dan niet is geliberaliseerd wordt gevormd door de aanvangshuur. Bij een gemiddelde landelijke mutatiegraad van zo’n 10% is het evident dat het verhogen van de woningwaardering van bestaand bezit maakt dat er een grotere keuzevrijheid ontstaat bij de verdeling van woningen over de DAEB en de niet-DAEB tak.